language:   nl eng

Persbericht d.d. 10-11-2000, voorafgaand aan de Klimaatconferentie

                      -uitkomsten uit de International Environmental Monitor 2000 -

 

Klimaatverandering en het opwarmen van de aarde als gevolg van broeikaseffect.


De gevolgen van het broeikaseffect wordt door 39% van de Nederlanders boven de 18, als een zéér ernstig probleem beschouwd, terwijl (opgeteld) meer dan 80% het als een tamelijk tot zeer ernstig probleem ziet. 17% ziet er weinig of geen probleem in en 1% heeft geen idee.


De Nederlandse bevolking maakt zich wel degelijk zorgen om de klimaatveranderingen als gevolg van het broeikaseffect, maar vergeleken bij het gemiddelde over de gehele wereldbevolking gemeten, blijven we zowel in intensiteit (39% versus 56% zeer ernstig) en algehele bezorgdheid (82% versus 86% tamelijk tot zeer ernstig) achter bij de wereldbevolking.

 

Ondanks de vrij algemene bezorgdheid voor het klimaat zien we dan ook dat relatief (nog) meer Nederlanders zich (ernstige) zorgen maken over issues als het dunner worden van de ozonlaag, water- en luchtvervuiling, het uitsterven van plant- en diersoorten en het verdwijnen van regen- wouden en natuurgebieden.


"Onze" 82% is laag vergeleken bij de gemiddeld 88% 'ernstig' in heel Europa (incl. Nederland) en Japan en vrijwel alleen hoger dan de bezorgdheid in de Verenigde Staten en Rusland (75%). Bekijken we het meer op wereldschaal, dan zien we de meeste bezorgde reacties in Midden- en Zuid-Amerika (91%; 68% zeer ernstig) en de minste bezorgdheid - zij het deels gevoed door 19% onbekendheid - in Afrika (56%; 25% zeer ernstig).

 

Hoewel een recente studie van het Engelse Jackson Environment Institute tot de conclusie leidde dat Zuid-Europa zwaarder (erosie, bosbranden, gebrek aan water voor mens en landbouw) getroffen zal worden dan Noord-Europa (vooral meer regen en overstromingen), zien we in onze peiling nauwelijks verschil in bezorgdheid tussen landen als Duitsland, VK en Frankrijk enerzijds en Spanje, Italië en Griekenland anderzijds.


Verandert het klimaat?


Al in het begin van het vraaggesprek kwam aan de orde of de geïnterviewden de eventuele extreme weersomstandigheden van de afgelopen jaren - bijvoorbeeld overvloedige regenval, waarvan op dat moment in Europa en zeker in Nederland in ieder geval geen sprake was - als ONNATUURLIJK EN ZORGWEKKEND beschouwden. Slechts 50% van de Nederlandse bevolking (18+) beaamde dat (wereldwijd 58%).; de rest meende dat dit gewoon binnen een natuurlijk patroon paste.


De meest bezorgde regio's (overtuigd van de onnatuurlijkheid ervan) blijken Midden- en Zuid-Amerika (opnieuw) en - nu dus wel - de Middellandse Zeelanden Spanje, Italië, Griekenland en Turkije.


Gevolg van menselijk handelen?


Ongeveer de helft van de Nederlanders die ons huidige weerpatroon als onnatuurlijk beschouwen - dus ongeveer een kwart van de totale bevolking - leggen de oorzaak bij (gevolgen van) "menselijk handelen". De belangrijkste zijn het broeikaseffect, de dunner wordende ozonlaag en vervuiling of zorgeloos handelen in het algemeen.


Circa 30% noemt ook nu weer specifiek natuurlijke oorzaken als vulkaanuitbarstingen of natuurlijke golfbewegingen en El Nino (de laatste door slechts 3%).


"Schuldige" industrie?


Desgevraagd blijken de meeste Nederlanders de olie- en benzinemaatschappijen, de chemische sector en de hout- en bosbouw als eerstverantwoordelijke bedrijfstak aan te wijzen. Elk van deze drie sectoren krijgt van een kwart van de bevolking de Zwarte Piet.


De automobielindustrie en de energieproducenten komen pas op ruime afstand.


"Groen autogebruik"


Uitlaatgassen worden wereldwijd als het grootste milieuprobleem van het autogebruik gezien: meer dan 50% van alle mensen, zowel automobilisten als niet-gebruikers. Daarna komen op ruime afstand verkeersopstoppingen (files) en het verbruik van brandstof.


De vraag over "vermindering uitlaatgassen" is alleen gesteld aan regelmatige gebruikers van een auto en daarbij NIET in verband gebracht met het broeikaseffect.


De meest "aantrekkelijke" optie voor de Nederlandse autogebruiker blijkt de (iets duurdere) aanschaf van een beduidend schonere auto, d.w.z. een auto die 5% meer kost en 20% minder uitlaatgassen uitstoot dan een vergelijkbare auto. 60% toont een duidelijke bereidheid tot aanschaf (categorie 4 en 5), 48% zegt zelfs daartoe beslist bereid te zijn en slechts 12% wijst dit echt heel resoluut af.


Een 20% schonere brandstof voor 5% extra[1] krijgt 41% van de Nederlandse automobilisten achter zich en spreekt 31% sterk aan en 20% juist helemaal niet. Tellen we ook het middelste antwoord op de schaal nog als positief (liefst 33% van de autogebruikers), dan is hier ook wel een ruime meerderheid te vinden die zegt hiertoe althans enigszins bereid te zijn…….


De meeste échte moeite hebben de Nederlandse autogebruikers met een vermindering van het aantal kilometers: 25% is dit beslist bereid te doen, maar een veel grotere groep van 38% zegt dat beslist niet te willen (of kunnen) doen.. Ook met een iets gematigder bereidheid meegeteld steunt slechts 32% van de Nederlandse autorijders dit voorstel en als we alle zeilen bijzetten (antwoord 3) nog steeds een minderheid. Een klein deel heeft die beperking overigens naar eigen zeggen allang gedaan.

 

 

Wereldwijd gezien staat de Nederlandse automobilist bepaald niet alleen in zijn voorkeur voor de optie van vermindering van de uitlaatgassen door aanschaf schonere auto, maar m.u.v. Duitsland en Italië (63%) is nergens het draagvlak voor deze maatregel zo groot als bij ons (60% dus). Behalve in Oost-Europa (met 27%), komt de 5% duurdere maar 20% schonere auto op de eerste plaats qua steun van de autogebruikers. Gemiddeld is 45% van de wereldbevolking daartoe bereid en in Noordwest-Europa krijgt deze optie nog de meeste steun (54%).


Schonere brandstof blijft wereldwijd met 42% dicht achter de schonere auto en spreekt relatief in Noord-Amerika en Australië nog het meest aan. Alleen in Oost-Europa /Centraal Azië is dit van de drie opties de meest populaire.


In alle delen van de wereld scoort minder rijden relatief laag op de actielijst: wereldwijd is slechts één op de drie autogebruikers daartoe min of meer bereid, met Oost-Europa (17% antwoord 4 of 5) en Afrika (25%) als minst bereidwillige regio's. Dat laatste geldt overigens voor alle drie de opties: de prille automobilist in deze regio's toont weinig bereidheid (of mogelijkheid) tot "groen gedrag". In geen land vinden we trouwens zoveel mensen als in Nederland die hier extreem tegen zijn (38% noemde antwoord 1). Alleen Rusland komt er met 36% dicht bij.


Azië en Zuid-Amerika, dé groeimarkten voor de automobielindustrie blijken zich te spiegelen aan de rest van de wereld en steeds qua draagvlak gelijk met of net onder het mondiale gemiddelde te blijven. Binnen een werelddeel als Azië zijn de verschillen echter groot: zo is maar 20% van de Indonesische autorijders bereid te investeren in een schonere auto (overigens ligt dat op het niveau van Rusland).


De wereldburger maakt zich zorgen over het klimaat en de automobilist is in grote mate bereid om bij zijn volgende aanschaf een keuze vóór het milieu te maken.


Op dat moment - mei 2000 - stegen in Nederland de brandstofprijzen al flink, maar was in heel Europa nog geen sprake van grote opstandigheid en acties.


We kijken nu vooral naar de som van scores 4 plus 5; de echte bereidheid.


In de mondiale steekproef verdwijnt overigens meer dan de helft van de ondervraagden wegens het "ontberen" van persoonlijk autogebruik.


« terug