language:   nl eng

Enquête Agrarisch Ondernemen

In opdracht van ABN-AMRO en OOGST voerde Consultancy & Research Bureau Environs in het najaar van 2001 een uitgebreid telefonisch onderzoek uit onder 400 boeren en tuinders. Door middel van dit onderzoek wilden de beide opdrachtgevers in beeld laten brengen hoe agrarische ondernemers reageren op de vele plannen en beleidsvoorstellen die de laatste tijd door verschillende commissies en beleidsmakers zijn gepresenteerd. Van (de medewerkers van) Brinkhorst tot (de commissie van) Wijffels werden boeren en tuinders immers “bestookt” met goede raad en ernstige vermaningen en met name in de richting gewezen van een duurzame land- en tuinbouw. De resultaten werden vrijgegeven op de HortiFair 2001 en zijn gepubliceerd in de brochure Enquête Agrarisch ondernemen Van ABN-AMRO en als omslagverhaal in OOGST nr. 44.


Enkele conclusies en citaten uit deze publicaties:

Toekomstvisie en nota’s?


9% houdt er echt heel veel rekening mee (glastuinders twee keer zoveel als de rest), 17% tamelijk veel, maar de rest: driekwart van de ondernemers houdt er weinig of geen rekening mee. Reactie: “iedereen weet het blijkbaar beter dan wijzelf, maar we trekken ons eigen plan wel”. Overigens is er ook veel kritiek op de wispelturigheid van alle plannen- en (de vaak bijbehorende) beleidsmakers.


Toekomst- en businessplannen?
15% heeft al een echt concreet businessplan voor zijn bedrijf en 27% praatte al met externe adviseurs over de toekomst van het bedrijf. Samen al meer dan 40% die het stadium van zelf verzinnen, nadenken en erover praten met partner, gezin en goede vrienden gepasseerd is. Vooral de varkenshouderij (21%+34%), de rundveehouderij (19%+27%) en de glastuinbouw (19%=27%)


De gevoerde bedrijfsstrategie?

 

tot nu toe meest gangbare bedrijfsstrategie blijkt die van de groei- en lagekostenstrategie te zijn: 64% zegt de afgelopen jaren vooral gestreefd te hebben naar groei en/of besparingen ter verlaging van de kostprijs per eenheid product (= meer marge). De moeilijk uitvoerbare, maar vaak geadviseerde toegevoegde waarde strategie werd tot nu toe door slechts 16% gevolgd.

 

 

Gevraagd naar de bedrijfsstrategie voor de komende jaren, dan zien we dat de lagekosten-strategie nu nog door 55% wordt gevolgd en dat vooral de toegevoegde waarde strategie in belang toeneemt. Maar nog meer valt op dat inmiddels 16% van de ondernemers inkomen buiten het eigen bedrijf gaat zoeken. De vierde optie omvat de uitoefening van zorgtaken en recreatie op het bedrijf. Deze optie is en blijft voor slechts een beperkte groep interessant

 

 

Tot slot nog een interessante uitkomst voor de bewakers van kwaliteit en (voedsel)veiligheid: 72% van de agrarische ondernemingen is geheel of gedeeltelijk gecertificeerd.


In de rundvee- en pluimveesector is praktisch elk professioneel bedrijf inmiddels geheel of gedeeltelijk gecertificeerd. Ook de varkenssector is hard op weg naar branchebrede certificering. De ketenprogramma’s hebben hier duidelijk effect gehad.


In de plantaardige sector gaat de glastuinbouw voorop en inmiddels is daar - mede dankzij MPS en MBT - bijna de helft gecertificeerd. Nog eens 15% is er momenteel mee bezig!


Maar ook de akkerbouw en de (vele) vollegrondse tuinbouwsectoren zijn al voor meer dan 1/3 gecertificeerd en met name in de akkerbouw zit er veel in pijplijn: 24% van de akkerbouwers is er mee bezig. In de vollegrondse tuinbouwsectoren is dat 10%.


Tot slot:


De agrarische sector is zelfstandig, met goede bedrijfsplannen en bijgestaan door deskundige adviseurs, hard aan het werk voor een toekomst met perspectief. Mooie nota’s hebben ze daarvoor niet (meer) nodig, wél een consequent stimulerende, betrouwbare regelgever en een duidelijk beeld van de marktbehoeften.


Voor meer informatie over dit boeiende onderzoek verwijzen we naar de bovengenoemde publicaties en naar de opdrachtgevers van het onderzoek.


Populatie: circa 60.000 agrarische bedrijven met minstens 32 nge (nge = een standaardmaat voor agrarische activiteiten).


« terug